Archief van heel oude gedichten

Ik heb lang geleden een tijd gehad dat ik gedichten schreef als een soort uitlaatklep. Ik was er op een dag helemaal klaar mee. Dat was een periode ergens aan het begin van deze eeuw. Hier staan er een aantal.

Aan/uit relaties

Een week geleden:
Je blik vol verlangen trekt mij aan
Kom ik dichterbij, moet ik echter weer van je gaan
Wat is dit voor spel dat jij met mij speelt
Een moment lief, dan weer een stenen beeld

Ik neem afscheid, nu is het voorgoed
Mijn hand maakt naar jou een laatste groet
Dat is het voorbij, ik ban je uit mijn leven
Overtuigd, nu is het niet voor slechts even

Nu: Ik open de deur

Je staat voor me in tranen
En belooft, deze keer loopt alles in goede banen
Deze keer wordt het anders, je zal het zien
Vanaf nu is elke dag een tien

Vol moed houd ik voet bij stuk
Met jou vind ik niet het grote geluk
Maar in mijn hoofd woedt een strijd
Die ik niet ga winnen, dat is geheid

Onverwachts kus je me op de mond
En gooit in het kruitvat een brandende lont
Weerstand verbrokkelt als een broze muur
Aangevreten door jaren slechts weer, heel guur

Ik wil zeggen verdwijn uit mijn flat
Mijn mond zegt: ik wil je nu in mijn bed
Even later is de lucht vol van vurige kreten
En blikkerende tanden in wilde liefdesbeten

Dan val ik in slaap, mijn mond in een dikke grijns
’s nachts word ik wakker en dan begint het gepeins
Had ik dit wel moeten doen
En voel me een ongelooflijke oen

Je wordt wakker met twijfel in je ogen
Was is dit? Heb je weer gelogen
Begint dit spel weer van voren af aan
Is het weer zo ver, moet ik nu weer gaan

Ik voel me ellendig, zou wel kunnen janken
Voor dit soort relaties wil ik bedanken
Zo spelen we samen dit spel
De noodklok luidt, we trekken beiden aan de bel

Voor J. en voor iedereen die in een aan/uit relatie zit
Pieter, tussen Rhodos en Turkije, 22-7-05
Angst

Ook al doe je net of het niet bestaat
Je angst doet je stiekem toch kwaad
Het vreet aan je hart en aan je geest
En het maakt je ziel bevreesd

Het is een sluipend gif dat haar werk doet
Langzaam bederft het je gemoed
Het ondermijnt je gestel en leden
En op een dag is je vreugde overleden

Het monster is een meester van camouflage
En ondertussen verricht het zijn sabotage
het laat zich niet zien noch horen
maar ondertussen laat het je ontsporen

Kijk dit monster dan brutaal in de ogen
Met alle zuiverheid van je kijkvermogen
Onderzoek, beproef, onderga het en ruik eraan
En verdwijnen zal het langzaam en stilaan.

Angst kan niet langer bestaan
Als het felle licht wordt aangedaan
Door het te plaatsen in het licht van de zon
Zal stilaan verbleken en vergaan deze demon.

Pieter, Voor RB, 4 december 2004
Broeierige Nacht:

Ik doe mijn ogen open en zie jou
Het licht van de maan schijnt over je gezicht
Het is nog voor dag en douw
Jouw komst was als een bliksemschicht

Ik voel me rustig en ontspannen
Alle duistere gedachten uit mijn geest verbannen
Ik voel je adem en warmte op mijn huid
En in je slaap maak je even een zacht geluid

Ik kruip dichter tegen je aan
Leg mijn hand op je billen
En plots kraait in mij de haan
En van lust zou ik het uit willen gillen

Ik zucht en draai me maar om
Op dit uur is dit werkelijk te dom
Uiteindelijk kruip ik toch weer tegen je aan
Waarom zou ik je ook laten gaan?

Jouw warmte doet mij goed
Ik streel je zachtjes in je slaap
En diep in mij voel ik je gloed
En even voel ik me weer een knaap

Dan val ik weer in dromenland
Met je slanke middel onder mijn hand
Uren later ben ik wakker en is het weer licht
Jij hebt echter je ogen nog stijf dicht

Je bent nog moe en diep in slaap 
Ik probeer je lekker te laten in je rust
Maar totaal wakker is mijn knaap
En die schreeuwt hard van lust

Mijn handen glijden steeds indringender over je lijf
Gezien het tijdstip vraag ik me af of ik niet overdrijf
Maar je voelt zo fijn en je vindt het ook zelf lekker
Het is een stuk beter wakker worden dan door de wekker

De tv vertelt ons dat we vaker moeten bewegen
Dus eigenlijk bewijs ik je nog een goede daad
En we hebben nu lang genoeg stil gelegen
En gisteren lang genoeg met elkaar gepraat

Nu is het tijd om te zweten
Totaal van elkaar bezeten
Onze lichamen tegen elkaar gedrukt
Hebben wij wederom de liefde geplukt

Voorwaar geen slecht begin van de dag
Het is een manier om blij te beginnen
Op mijn gezicht is dus een dikke lach
Damn, het is fijn om te beminnen
Mijn liefste,
 
Ik zou willen dat ik
met een streek van mijn hand
al je pijn zou kunnen laten verdwijnen
Ik zou willen dat ik 
met een magisch gebaar van mijn arm
al je verdriet zou kunnen wegtoveren...
Ik zou willen dat ik je ,al was het maar voor een moment,
je zou kunnen onderdompelen in een oceaan van liefde en licht
zodat bij elke nieuwe golf de duisternis verder zou verdwijnen
de pijn zou worden weggewassen
het verdriet verder zou worden weggebleekt
totdat het niet meer zichtbaar was
net zolang totdat je ziel alleen nog maar liefde en licht was
 
Ik zou de zon met je willen zien opkomen
en de laatste willen zijn die je zag voordat het nacht werd
Ik zou je willen kussen en strelen
in je willen versmelten
lief en leed met je willen delen
je ziel tegen mijn ziel aan willen voelen
je hart tegen het mijne voelen kloppen
dezelfde teug lucht willen inademen
Ik zou het ochtendlicht, de eerste zonnestraal 
op je gezicht willen zien schijnen
terwijl je nog sliep
Je over je rug willen kriebelen
zonder dat je dat merkte
Je een liefdevolle kus willen geven
terwijl je nog slaapt
naast je wakker willen worden en dan even naar je kijken
om je vervolgens vurig te beminnen
 
Ik ben echter geen tovenaar, noch een Buddha
Slechts een sterfelijk mens gevangen in de Samsara.
Gekweld door pijn en begeerte
Ergens in het gebied tussen licht en donker
Komend uit het donker, zoekend naar het licht
Ik heb je geen oceaan van liefde en licht te geven
Slecht de liefde en het licht dat ik in mijn ziel draag
En de liefde die ik voor je voel.
 
N/A