Ardennen tripje 2020

2020 was ongetwijfeld het jaar waarin vele vakantieplannen strandden door het Corona virus. Oorspronkelijk stond er een rondreis in Roemenië en Bulgarije op het programma maar dat leek me geen zinnige keuze.
Normaal gesproken ga ik een tweetal keer per jaar naar mijn broer en schoonzus in Zuid-Frankrijk maar in verband met de corona was dat ook geen mogelijkheid.

Daarom maar een paar dagen naar de Ardennen. Vlakbij en toch er helemaal uit.

Dag 1: Naar Sedan en het stadje Sedan en het grootste kasteel van Europa bezoeken.

Het Kasteel van Sedan (Frans: Château fort de Sedan) in de Noord-Franse stad Sedan in het departement Ardennes in de regio Grand Est is een van de grootste burchten van middeleeuwse oorsprong van Europa met een oppervlakte van 35.000m2 op 7 niveaus. Het is het enige overblijfsel van de voormalige fortificaties in en rond de stad. In 1870 (de nederlaag in de Frans-Duitse Oorlog) werden de meeste verdedigingswerken vernietigd, behalve het kasteel.

Aan de oorsprong ligt een priorij van Benedictijnen die vermeld werd in 1306. Évrard II de La Marck-Arenberg werd eigenaar van de site vanaf 1424 en bouwde rond de priorij en kerk een driehoekige versterkte burcht op een heuvel van 200 meter. Zoon Jean I de La Marck bouwde het verder uit als versterking. Vooral Robert II de La Marck, de kleinzoon van Jean, voegde begin 16de eeuw nog belangrijke versterkingen en moderniseringen toe. In het tweede deel van de 16de eeuw kwamen er nog bastions bij. De volgende eeuwen werd het verder uitgebouwd en aangepast om artilleriebeschietingen te weerstaan. Het kasteel werd omgevormd tot een vestingswerk en onderkomen voor een garnizoen. In 1699 liet Vauban aanpassingswerken uitvoeren afgestemd op de nieuwere artillerie.

Het kasteel was de verblijfplaats van de heren, later prinsen van Sedan die ook hertog van Bouillon waren. In 1650 werd het prinsdom Sedan aangehecht bij Frankrijk en kwam er een gouverneur voor Frankrijk aan het hoofd van het prinsdom Sedan.

Het kasteel was bijna gesloopt in de jaren zestig toen het voor een Franc werd overgenomen door de gemeente. Bij een stemming in de gemeenteraad werd er met meerderheid van een stem beslist het kasteel te bewaren. Gelukkig maar want het is een werkelijk fenomenaal mooi bewaard gebleven kasteel.

Sedan is een prachtig oud stadje dat weliswaar enigszins aan het verslonzen is. Maar het staat vol met prachtige oude gebouwen in een toestand van onderhoud die variabel is. Van prachtig onderhoud tot en met bouwvallen. Het valt me wel op dat in dit deel van Frankrijk de staat van onderhoud van gebouwen wel beter is dan in het zuiden waar mijn broer woont.
Overigens is het opvallend hoeveel friet tenten je ziet in Noord-Frankrijk en het Franse deel van de Ardennen. Veel meer dan in Vlaanderen.

Dag 2: Bouillon en Dinant

In Bouillon was ik al eens eerder geweest en had dat Kasteel bezocht. Daar korte tijd rondgelopen en daarna naar Dinant geweest.
In Bouillon was er weinig te doen maar in Dinant was het werkelijk heel druk. Ik wilde oorspronkelijk het kasteel bezoek maar gezien de wachtrij en de masker draagplicht heb ik dit maar overgeslagen. Een tijd rondgelopen en toen maar weggegaan. Ik ben niet zo bang voor Corona maar ik zoek het ook niet op.

Dag 3: Citadelle van Montmedy en het Ossuarium van Douaumont (nabij Verdun)

De Citadelle de Montmedy is een mooi bewaarde gebleven fort waarvan de oorsprong in de Middeleeuwen lag. Er is weinig info over beschikbaar.

In 1919 werd er op de slagvelden rond het fort Douaumont een houten keet neergezet om daarin de op het slagveld gevonden ongeïdentificeerde soldaten een laatste rustplaats te geven. Ze werden opgeborgen in houten kisten met daarop de namen van de sectoren op het slagveld waar zij werden gevonden.

De bisschop van Verdun, mgr. Charles Ginisty, begon een geldinzameling om een meer permanente rustplaats te bouwen. Uiteindelijk werd hiervoor op 22 augustus 1920 de eerste steen gelegd door maarschalk Pétain. Op 7 augustus 1932 werd het monument geopend door de Franse president. Het hele project had uiteindelijk 15 miljoen frank gekost, 10 miljoen meer dan dat oorspronkelijk was begroot.

Inrichting.

Het monument zelf is 137 meter lang. Het merkwaardige uiterlijk van het gebouw kan worden verklaard via de symboliek van een tot het gevest in de grond gestoken zwaard. De toren kan worden gezien als de greep en de beide vleugels als de pareerstang van het gevest. De muren zijn versierd met de wapens van de steden die geld hebben gedoneerd voor de bouw. Het midden van het monument, waar zich de toegangspoort bevindt, staat onder een 46 meter hoge toren met daarin een 200 treden tellende trap. Bovenin bevindt zich een bijna twee en een halve ton wegende bronzen bel en een baken met vier draaiende lichten in de kleuren rood en wit. De toren zelf geeft uitzicht over het slagveld, een bord geeft aan naar welk gedeelte gekeken wordt. Een van de verste punten, te zien op een heldere dag, is de toren van het Memorial de Montfaucon.

De gangen van het monument bevatten 18 nissen met elk twee tombes. Aan ieder uiteinde bevinden zich vijf andere tombes. Onder de tombes bevinden zich de beenderen van de ongeïdentificeerde soldaten.

De bisschop van Verdun, mgr. Charles Ginisty, begon een geldinzameling om een meer permanente rustplaats te bouwen. Uiteindelijk werd hiervoor op 22 augustus 1920 de eerste steen gelegd door maarschalk Pétain. Op 7 augustus 1932 werd het monument geopend door de Franse president. Het hele project had uiteindelijk 15 miljoen frank gekost, 10 miljoen meer dan dat oorspronkelijk was begroot.

Laaste dag: Rondje Ardennen.

De laatste dag heb ik een rondje gereden en een wandeling gemaakt.